|
|
| "Kleine Kerkgids" | ||||||
|
Communiebank |
||||||
|
Met zijn enig mooi barokke snijwerk met tal van symbolen, vooral
druiventrossen en korenaren, |
||||||
|
|
De
koperen slang. |
|
De twee
vissen. |
|||
|
|
||||||
|
|
Het
offerlam. “De volgende offers moet ge op het altaar opdragen: elke dag twee éénjarige lammeren.” (Ex. 29,38) |
![]() |
Elia
in de
woestijn. ‘Daarop ging hij onder de bremstruik liggen en sliep in…. Een engel stootte hem aan en zei: “Sta op en eet.”’ (1 Kon.5 en vlg.) |
|||
|
|
||||||
|
|
De
broodvermenigvuldiging. “Wij hebben niet meer dan vijf broden en twee vissen.” (Lc. 9,13) |
|
De ark.
“Ge moet een ark maken van acassiahout … Maak ook twee draagstokken van acassiahout en overtrek die met goud.” (Ex. 25,13)
|
|||
|
|
||||||
|
De twee middelste deuren van de communiebank zijn bij de vernieuwing van de liturgie in het nieuwe altaar ingewerkt. |
||||||
|
|
Jezus
en de twee Emmaüsgangers. ‘… en ze herkenden Hem aan het breken van het brood.’ (Lc.24,35) |
|
De
toonbroden. “Maak een tafel van acassiahout… Zet op die tafel het toonbrood, zodat ik het altijd kan zien.” (Ex. 25,30) |
|||
|
|
||||||
|
|
Het
brandend braambos. ‘En Jahweh sprak tot Mozes: “… Ik ben de God van uw vaderen.”’ (Ex. 3,6) |
![]() |
De
verkenners van Kanaän. ‘Ze drongen door in het dal van Eskol en sneden daar een wijnrank af met een druiventros, die zij met twee man aan een stok moesten dragen.’ (Num. 13,23) |
|||
|
|
||||||
|
|
TAV Taw - laatste letter van het Hebreeuws alfabet.
Dit is het merkteken van Yahweh: “Trek midden door de stad en zet een teken op het voorhoofd van de mannen die jammeren en klagen over alle gruweldaden die daar bedreven worden…. Maar raak niemand aan die het teken draagt.” (Ez. 9,4 en 6) |
![]() |
Water,
wijn en brood. |
|||
|
|
||||||
|
|
De
dadelpalm. De palmboom nam in het leven van het joodse volk een grote plaats in, omdat letterlijk de gehele boom bruikbaar was: palmwijn, palmolie, palmkool. (Bijbelse encyclopedie) |
|||||
|
Ons adres: P.P.
Karmelieten
|
||||||